Femke Kok en Jenning de Boo winnen WK Sprint: ‘Crazy publiek in Thialf helpt mee’

Door Irene Postma

Twee avonden waren ervoor ingeruimd, als slot van zonnige dagen, het WK sprint in Heerenveen met 28 mannen en 28 vrouwen. Voor sommigen betekende dat: Nog even kijken hoe het zat met de Olympische vorm en vlammen in een uitverkocht Thialf, voor anderen was de koek eigenlijk op, en die probeerden er het beste van te maken.

Artikelen zijn gratis te lezen. Wil je ons steunen zodat we verhalen kunnen blijven maken die jij leuk vindt? Je vrijwillige donatie is van harte welkom. Dankjewel!

League of their own

Al gauw was duidelijk dat de Nederlandse toppers in een ‘league of their own’ waren. De overmacht van Femke Kok bewees zich in elke rit. Suzanne Schulting daarachter stabiele nummer twee. En hoewel de derde plek van Marrit Fledderus wat spannender was omdat de Poolse Kaja Ziomek een betere 500m in de benen had en de Canadese Béatrice Lamarche een betere 1000, wist ze toch beslag te leggen op plek drie. Absolute overmacht bij de vrouwen, met alle Nederlandse deelneemsters op het podium.

Bij de heren versloeg Jenning de Boo voor het eerst Jordan Stolz, zelfs in een direct gevecht. De lach van oor tot oor was niet van zijn gezicht te krijgen. Alleen de laatste 1000 liet hij de winst aan Stolz over. En op de 1000m eindigde Joep Wennemars beide keren op het podium.

Foto: International Skating Union

Waardoor deze overmacht?

Er spelen meerdere factoren en elke schaatser heeft zijn of haar eigen verhaal. Maar voor Stolz was het wennen, die eerste dag. “Ik ben nog niet helemaal op mijn best”, zei hij, “Ik wilde deze wereldtitel sprint wel graag. Het voelt raar om te zien hoe veel sneller Jenning is.” En of het gewicht van zijn zelfgekozen taak van 8 afstanden in 4 dagen rijden hem parten speelde? “Ja, maar ik probeer het rit voor rit te bekijken.” Met zijn zilver om zijn nek zei hij niets te kunnen met de uitdrukking ‘best of the rest’. “Ik denk dat er een reden is als iemand wint of iemand verliest. En ik had mijn piek bij de Olympische Spelen.”

Naar die reden kunnen we alleen maar raden, ‘vorm’ is een ongrijpbaar begrip. Voor de een is het na de Spelen zwaar, voor de ander is er een soort ‘napiek’ of ‘doorgroeien’. De Boo achtte zichzelf nu na Milaan ‘beter dan ooit’, al in de training deze week bleek dat met een gemeten topsnelheid van 63 km/u. “Ik was gek genoeg niet zenuwachtig tot ik de loting zag. In mijn hoofd had ik de Spelen zo groot gemaakt, dat alles heel klein lijkt nu, zelfs het WK.” Die ontspannenheid heeft zeker meegespeeld, maar ook zei hij “Ik denk dat ik beter ben dan in Milaan, dat was vast niet de bedoeling.”

Foto: International Skating Union

Crazy Nederlands publiek

Femke Kok noemde ook de Spelen. “Ik had er heel erg naartoe geleefd en achteraf merk je dat dat veel energie heeft gekost. Maar het is wel een WK, en ik wil wat laten zien.” En dan blijkt dat het feit dat het om een thuiswedstrijd ging, met familie en vrienden op de tribune ook een grote rol speelt. “Ik moet wel zeggen dat ik kippenvel en heel veel adrenaline kreeg van het publiek.” Ook Jenning gaf toe dat het ‘crazy’ Nederlandse publiek vóór hem werkte.

Toch werkt dat niet alleen in het voordeel van de Nederlanders. Bronzen Zhongyan Ning ging daar ook goed op. Het pb van 34.3 in Ning’s eerste rit was een verrassing voor zijn coach Johan de Wit, die zei: “Het doel van dit toernooi was plezier maken, proberen er iets van te maken. Onze manier van trainen is misschien een voordeel. Ning houdt ervan tegen de Nederlanders te rijden en hij houdt van Thialf.”

Foto: International Skating Union

Achter de drie Nederlandse vrouwen was Kaja Ziomek-Nogal de beste vrouw op plek 4. Waar Joep Wennemars bij de heren bepaald niet blij was met zijn vierde plaats, was er bij haar geen spoortje teleurstelling te bekennen. “Mijn doel was nooit om op het podium te staan buiten de 500m om, want ik had dit seizoen nog geen 1000m gereden. Dat ik nu zo dichtbij was is meer dan ik verwachtte en ik ben zo trots op mezelf.”

“Thuis hadden we na de Spelen geen ijs meer om ons voor te bereiden. Dat is één van de verschillen tussen ons en de Nederlandse schaatsers. Wij moeten ergens anders snel ijs zoeken, terwijl de Nederlanders dat gewoon hebben. Zij hebben ook meer coaches en staf eromheen, terwijl bij ons aan vanalles te kort is. Maar de Nederlanders hebben niet álles mee, zij moeten hard strijden om de plekken.” Haar doel hier? “Om plezier te hebben. Ik was blij dat de laatste wedstrijd van het seizoen hier in Thialf was, het publiek was geweldig.”

Broodje kroket voor Femke

Dus ook hier spontaan het publiek als reden voor plezier hebben in het schaatsen. En ja, de Nederlanders hebben meer mogelijkheden, een goed topsportklimaat, én een brede basis. Ze stuwen elkaar naar grotere hoogte. Dat was ook de analyse van Femke Kok, terwijl ze een broodje kroket kreeg van Ireen. “Deze had ik nog niet en wilde deze graag winnen. Ik ben superblij dat het gelukt is. Ik moest geen foutjes maken natuurlijk. Ik was niet bezig met de verschillen. Mijn niveau is nog steeds goed.”

Nederlandse vrouwen domineren de 500 en de 1000 bij de Olympische Spelen en nu. Hoe zij dit verklaarde. “Ik denk dat het niveau in Nederland echt omhoog gegaan is. Jutta en ik hebben elkaar natuurlijk ook heel erg gepusht en alle mensen die daar omheen zitten, die gaan daar ook in mee. En het is heel mooi dat je zo’n hoog nationaal niveau meeneemt naar het internationale circuit.”

Over Marrit Fledderus, met wie Femke al bij de eerste wereldbeker samen op het podium stond: “Marrit had een goed seizoen. Alleen op het OKT viel het niet haar kant op, dat heeft ze goed verwerkt. En zij hebben natuurlijk ook nog een NK gereden, dan sta je niet op zijn allerfrist aan de start.”

Vermoeidheid

De vermoeidheid van 8 starts in 7 dagen brak Janno Botman op, die op koers lag voor een plek in de top-7. Na een goede eerste dag viel hij hard op de afsluitende afstand. Hij was in tranen. “De laatste keer dat ik viel was ook al bij een WK. Het is opgebouwde frustratie. Het is überhaupt al zo moeilijk je te plaatsen. Ik denk dat het door vermoeidheid kwam, het gevoel dat ik door mijn benen zakte. Twee meerkampen binnen zeven dagen is te veel van het goede geweest. De eerste dag had ik een geweldige dag, ik kon genieten en hoorde de mensen schreeuwen. Morgen ben ik daar vast vooral trots op, maar ik heb wel mijn nek en rug bezeerd.”

Schulting noemde de 8 ritten in 7 dagen tijd ook ‘vrij crazy’. “Ik wilde ongeveer dezelfde tijden rijden als vorige week, ben heel stabiel, ze waren alle acht hartstikke goed, en met die stabiliteit ben ik mega blij. We zijn als Nederlanders megagoed als sprinters, en ik denk als je nog twee Nederlandse vrouwen laat meedoen, worden we 1-2-3-4-5.

Wereldrecord punten

Die overmacht had Jenning de Boo dit seizoen nog niet gehad. Hij reed nu een wereldrecord punten, dat zegt iets over het niveau. “Ik wist al dat Stolz te verslaan was. Op de Spelen zat ik al heel dichtbij. Ik heb mezelf verbaasd maar hij verbaasde me ook wel een beetje, ik had verwacht dat het dichterbij zou zijn, niet dat ik op de laatste duizend met 1.8 verschil zou starten. Het was ook lekker om hem eens man tegen man te verslaan.”

“Gerard stond op de slotronde met het duimpje om hoog ten teken dat het goed ging, en ik merkte dat ik naar hem knikte, zo van ‘ja ik weet het’. En toen dacht ik: Ik moet nog wel finishen, door die bocht waar Janno onderuit was gegaan, dat gaat wel door je hoofd. Je weet ‘als ik doe wat ik doe, dan win ik ‘m’, maar valpartijen voor je zijn niet lekker.

Na de Spelen kwam de drukte van huldigingen, die hij in de eerste week had. “Daarna heb ik me kunnen afsluiten voor alles, dat was wel fijn, maar het was verre van optimaal en dat ik nu optimaal presteer, dat gaat niet helemaal samen. Ik zou willen dat ik weet waardoor dat komt, maar dat antwoord heb ik nu niet, misschien de expert.”


Ontdek meer van Schaatsgekkies

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie